In het kort:
- Bedrijven op hetzelfde terrein hangen meestal aan hetzelfde voedingsgebied en delen dus dezelfde beperking.
- In een energiehub stemmen bedrijven hun verbruik en opwek onderling af, zodat de gezamenlijke piek lager wordt dan de som van de individuele pieken.
- Er bestaan groepsvarianten van het capaciteitsbeperkingscontract, het capaciteitssturingscontract en het transportrecht.
- Het werkt het best bij bedrijven met verschillende verbruiksprofielen, want dan vullen ze elkaar aan.
- De moeilijkste stap is niet de techniek maar de organisatie: iemand moet eigenaar zijn van het proces.
Een energiehub is een samenwerkingsverband waarin bedrijven op een terrein hun elektriciteitsverbruik, opwek en soms opslag gezamenlijk organiseren. In plaats van dat ieder bedrijf apart om meer capaciteit vraagt, wordt gekeken naar wat het terrein als geheel nodig heeft. Dat is bijna altijd minder dan de optelsom van de individuele wensen.
Waarom dit op een terrein zoveel oplevert
Bedrijven op hetzelfde bedrijventerrein zijn vrijwel altijd aangesloten op hetzelfde voedingsgebied, en daarmee op hetzelfde onderstation. Als dat station vol zit, zit het voor iedereen vol. Dat verklaart waarom de buurman ook niet kan uitbreiden, en waarom individueel wachten voor niemand iets oplost.
De kans zit in de verschillen. Een koelhuis draait 's nachts, een kantoor overdag, een productiebedrijf in ploegen, een laadplein 's avonds. Die pieken vallen niet samen. Wie ze bij elkaar optelt en op elkaar afstemt, houdt capaciteit over die er individueel niet leek te zijn.
Welke contractvormen erbij horen
De netbeheerders hebben hier expliciet ruimte voor gemaakt. Naast de individuele contracten bestaan er groepsvarianten:
Het groepscapaciteitsbeperkingscontract, waarbij meerdere bedrijven samen afspreken hun gezamenlijke afname of teruglevering op afroep te beperken, met een vergoeding als tegenprestatie.
Het groepscapaciteitssturingscontract, sinds 2026 de standaardvorm, waarbij je niet alleen kunt beperken maar ook juist extra kunt afnemen of invoeden als dat het net helpt.
Het groepstransportrecht, waarbij bedrijven samen een transportrecht krijgen en onderling afstemmen wie wanneer hoeveel gebruikt.
Hoe de vergoeding bij die contracten is opgebouwd staat in ons artikel over de vergoeding voor flexibel stroomverbruik.
Wat het financieel oplevert
Er zijn drie geldstromen, en ze stapelen.
Je vermijdt of vervroegt investeringen: bedrijven die anders jaren wachten kunnen eerder uitbreiden. Je ontvangt een vergoeding voor de flexibiliteit die je gezamenlijk levert. En je benut gezamenlijke opwek beter, omdat de zon van het ene dak wordt verbruikt door de buurman in plaats van teruggeleverd tegen een lage vergoeding.
Dat laatste wordt vanaf 1 januari 2027 belangrijker, want dan stopt de salderingsregeling voor kleinverbruikers en wordt zelf verbruiken meer waard dan terugleveren. Meer daarover in ons stuk over zelf verbruiken.
Vuistregel: hoe verschillender de bedrijven op je terrein, hoe groter de winst. Een terrein met louter kantoren levert weinig op; een mix van productie, koeling, kantoor en logistiek juist veel.
Waar het in de praktijk op vastloopt
Niet op de techniek. Op de organisatie.
Er moet iemand eigenaar zijn van het proces: iemand die de verbruiksdata verzamelt, het gesprek met de netbeheerder voert, de juridische vorm regelt en de verdeling tussen bedrijven bewaakt. Op terreinen met parkmanagement of een actieve ondernemersvereniging ligt die rol voor de hand. Zonder die rol blijft het bij goede bedoelingen.
Daarnaast moet er vertrouwen zijn over de verdeling. Wie levert flexibiliteit, wie profiteert, en hoe verreken je dat. Dat zijn afspraken die je beter aan het begin maakt dan achteraf.
Hoe je begint
Begin klein en feitelijk. Breng in kaart welke bedrijven op het terrein aan welk voedingsgebied hangen en wat de status daar is. Verzamel daarna de verbruiksprofielen van de bedrijven die mee willen doen, want zonder data is er geen gesprek met de netbeheerder.
Zoek vervolgens contact met je netbeheerder over de mogelijkheden voor een groepscontract in jouw gebied. En kijk naar de RVO-regeling voor flexibel elektriciteitsverbruik, waarmee je subsidie kunt aanvragen voor een flexibiliteitsscan. Zo'n scan brengt in kaart welk deel van het verbruik echt verplaatsbaar is.
Veelgestelde vragen
Wat is een energiehub?
Een samenwerkingsverband waarin bedrijven op een terrein hun elektriciteitsverbruik, opwek en soms opslag gezamenlijk organiseren, zodat de gezamenlijke piek lager wordt dan de som van de individuele pieken.
Waarom werkt dat beter dan individueel uitbreiden?
Omdat bedrijven op hetzelfde terrein meestal aan hetzelfde voedingsgebied hangen. Zit dat vol, dan zit het voor iedereen vol. Door pieken op elkaar af te stemmen ontstaat ruimte die er individueel niet is.
Welke contracten horen daarbij?
Er bestaan groepsvarianten van het capaciteitsbeperkingscontract, het capaciteitssturingscontract en het transportrecht. Welke past, hangt af van je gebied en van wat de bedrijven kunnen leveren.
Voor welke terreinen is dit interessant?
Vooral voor terreinen met een mix van verbruiksprofielen, bijvoorbeeld productie, koeling, kantoren en logistiek. Hoe minder de pieken samenvallen, hoe meer er te verdelen is.
Wie moet dit organiseren?
In de praktijk werkt het het best als parkmanagement of een ondernemersvereniging eigenaar is van het proces. Zonder iemand die de data verzamelt en het gesprek voert komt het zelden van de grond.
Wat is de eerste stap?
Vaststellen aan welk voedingsgebied de bedrijven hangen en wat daar de status is, en daarna de verbruiksprofielen verzamelen van de bedrijven die mee willen doen.
Is er subsidie voor?
Via de RVO-regeling Flexibel elektriciteitsverbruik kun je subsidie aanvragen voor een flexibiliteitsscan, die in kaart brengt welk deel van het verbruik verplaatsbaar is.
Een terrein dat vastloopt?
Of een gezamenlijke aanpak in jouw geval kansrijk is hangt af van het voedingsgebied en van de mix aan bedrijven. Neem contact op, dan kijken we vrijblijvend mee.